De taal van de bouwhandel
'Het tijdperk van de Informatie- en CommunicatieTechnologie
is voor onze vereniging begonnen in 1989', zegt drs. J.B.
Tempelman, directeur van de HIBIN, de brancheorganisatie
van Handelaren in Bouw-materialen in Nederland. 'Eind
jaren tachtig had nog nooit iemand van het Internet gehoord,
maar wij zijn toen toch al met de aanleg gestart van een
elektronische weg, waarover voortaan onze externe communicatie
gebeuren kon -Electronic Data Interchange dus, (EDI)'.
De Nederlandse bouwmaterialenhandel zit van oudsher in
de taille van de diabolo van de bouwnijverheid, schetst
Tempelman. 'Er zijn aan de ene kant heel veel aanbieders
van bouwmaterialen en aan de andere zijde heb je de vragers,
de gebruikers van de materialen. In het midden zitten
wij, de handel in bouwmaterialen. Een van de aspecten
van onze schakelfunctie is dat er geweldig veel informatie
bij je passeert. Enerzijds betreft dat de eigenschappen
van de bouwmaterialen en welke zaken er verder bij komen
kijken, zoals wettelijke eisen op milieugebied, duurzaam
bouwen of op normeringgebied. Daar gaat al een gigantische
stroom van berichten mee gepaard. De tweede informatiestroom
begint te lopen wanneer wordt overgegaan tot het aanvragen
van een offerte, het plaatsen van een order en vervolgens
de uitlevering aan de beurt is. In de praktijk blijkt
dat zich in die stroom van berichten - tientallen miljoenen
per jaar! - heel veel storingen kunnen voordoen'.
In 1989 vonden de Nederlandse bouwhandelaren dat het zo
niet langer kon. Met EDI werd het elektronisch berichtenverkeer
ingevoerd, waarna het HIBIN Communicatie Project gestalte
kreeg. Eerst werd een taal ontwikkeld waarmee de computers
van de bedrijfstak onderling konden communiceren. 'We
waren destijds absoluut pionier; in andere branches zag
je deze communicatievorm nauwelijks', zegt Tempelman.
'Alle partijen samen, de fabrikanten, de handel en de
aannemerij hebben de taal ontworpen. Dat is HCP Edibouw
geworden, dat later met het communicatiestelsel Bomatel
(bouwmaterialentelematica) is samengesmolten tot één
branchemodel. Op dit moment zijn er bijna 300 ondernemingen
op aangesloten. Ze verkeren in allerlei fasen van implementatie.
Door het systeem is een grote besparing bereikt op de
faalkosten - geschat op 5 tot 8 procent van de totale
bouwsom - die voorheen ontstonden door verkeerde communicatie'.
De directeur van de HIBIN beschouwt de branche waarvan
hij de belangen behartigt als een dienstverlenend bedrijf.
'Suppliers is eigenlijk een mooiere naam dan handelaren',
zegt hij. 'Er bevinden zich jaarlijks zo'n 700.000 bouwplaatsen
in Nederland, die van allerhande grootte zijn - van een
HSL of een nieuw winkelcentrum tot een verbouwinkje bij
je thuis. Al die bouwwerken moeten met spullen toegeleverd
worden. Er is aan bouwmaterialen een omzet van ongeveer
zes miljard gulden per jaar, waarvan zo'n 40 procent door
het magazijn gaat. De gemiddelde uitlevergrootte ligt
tussen de 250 en 300 gulden. Dan kun je nagaan om hoe
verschrikkelijk veel leveranties het wel gaat. En bijna
iedere uitlevering heeft minstens tien orderregels. Bij
zulke transacties komt elektronisch dataverkeer dus als
geroepen'.
In het laatste jaarverslag van de HIBIN werd gemeld dat
ruim drie jaar geleden nog maar 25 procent van de leden
gebruik maakte van het Internet. Meer dan de helft van
de bouwhandelaren kende het alleen uit de media of via
zijn directe omgeving, kinderen of medewerkers. Anno 2000
echter neemt drs. Tempelman aan dat ieder lid van zijn
vereniging inmiddels vertrouwd zal zijn met het Internet.
'We zijn nu dan ook in Noord-Nederland met een proefproject
bezig, dat een voortzetting is van het EDI-traject. Met
het Internet als transportmiddel en met gebruikmaking
van ons branchemodel moet er een elektronische communicatie
ontstaan tussen de aannemerij en onze HIBIN-handelaren.
Zo kan de aannemer op elk moment van het etmaal een deel
van zijn order afroepen of vragen om de spullen klaar
te zetten zodat hij ze kan ophalen - of hij kijkt even
in het sy-steem van de handelaar om te zien wat hij nog
tegoed heeft. Voorlopig komt die communicatie echter nog
naast de traditionele telefoon en fax. Tot dusver gaat
het fantastisch'.
Een deel van de met name kleinere aannemers heeft eerst
een Internetcursus gevolgd voor het mee ging doen aan
het HIBIN-proefproject. 'Die wat kleinschalige bouwnijverheid
bestaat in het algemeen uit mensen die keihard werken',
weet Tempelman, 'die hebben wel wat anders aan hun hoofd
dan voor hun plezier het Internet op te gaan. Thuis zullen
ze allemaal wel een zoon of dochter hebben, die precies
weet hoe dat moet, surfen op het net - maar om het zélf
te gaan doen, dat vereist toch nog een zekere cultuuromslag.
Maar die voltrekt zich duidelijk - we merken inmiddels
dat ook in die sector van onze afnemers de bekendheid
met het Internet hand over hand toeneemt'.
Drs. Tempelman vindt bij alle ICT-ontwikkeling de transparantie
van de informatie van wezenlijk belang. 'Dan komen er
ook steeds meer mogelijkheden om informatie gekoppeld
naar bouwdelen te gaan verstrekken. Op die manier ga je
als bouwhandel meer en meer naar een functioneel aanbod.
Je kunt dingen gaan koppelen. Daarbij is ook een andere
ontwikkeling van belang: de oprukkende consument en diens
invloed op het realiseren van bouwvolume. Nog niet zo
lang geleden bestond tachtig procent van het woningbezit
in Nederland uit huurwoningen. Nu gaat het sterk de andere
kant op, het zou me niets verbazen als over een jaar of
tien diezelfde tachtig procent van de woningen privébezit
is. En elke bewoner van die huizen heeft zijn eigen wensen.
Daarnaast neemt met de voortdurend stijgende welvaart
ook het aantal mensen toe, dat over twee linkerhanden
en tien duimen beschikt. Die willen geen dakpannen kopen,
nee die vragen om een compleet dak! Om aan die vraag tegemoet
te komen zal er in de bouw een vorm van virtueel aanbod
ontstaan van gebundelde informatie. Dat kan allemaal heel
makkelijk door dat Internet. Als je niks doet is het een
giga-bedreiging, maar als je je er als Nederlandse bouwhandel
op voorbereidt liggen er zo meteen dankzij het Internet
een en al kansen voor het grijpen'.
drs Joop Tempelman
|
Drs. J. B. - Joop - Tempelman (1942) is, hoewel opgeleid als econoom, enkele
decennia werkzaam geweest in de sector van de uitvoerende
bouw. Hij was onder meer algemeen directeur van
een bouwbedrijf in het oosten des lands en divisiedirecteur
van Ogem Nederhorst.
In 1988 nam hij de leiding op zich van de sinds
1905 bestaande koepelorganisatie voor de Nederlandse
bouwmaterialenhandel. HIBIN telt circa 425 aangesloten
vestigingen en heeft 125 aangesloten fabrikanten
en importeurs. |
|
Terug naar inhoudsopgave.
Heeft u commentaar of suggesties ?
Mailt u het dan aan: cur@cur.nl