|
|
Van Jole over de bouwwereld
Of ik mijn visie wil geven op de bouwwereld? Wel, daar
kan ik kort over zijn: ik heb geen visie op de bouwwereld.
Soms wel, als ik haast heb om ergens in een of ander conferentieoord
een verhaal te gaan houden over de digitale revolutie en
tegen een uur of vier in de middag over de linkerbaan van
de snelweg zoef en er plots een personenbusje voor me schuift,
waarvan de bestuurder kennelijk het idee heeft dat er een
groot snelheidsverschil is tussen de 92 kilometer per uur
die hij rijdt en de 91,9 kilometer per uur van de vrachtwagen
die hij gaat inhalen. Op zo'n moment heb ik wel een visie
op de bouwwereld.
Vanaf de achterbank, rechterarm voluit gestrekt over bovenkant
van de rugleuning, kijkt een schrijlings zittend petdragend
type me strak doch onverschillig aan. Bewegingloos, op het
langzaam malen van zijn kaken na. En net als ik voel dat
al het bloed uit mijn gezicht is weggetrokken, dat de knokkels
van mijn meer dan stevig om het stuur geklemde vingers wit
kleuren, dat ik zo ver naar de linkerzijde van de weg uitwijk
om langs het busje te kijken dat ik bijna over de vangrail
rijd - net als dat allemaal zo is, zie ik de achterbankman
voor me uit zijn roerloze hagedissenhouding komen en wat
roepen naar zijn kornuiten. Het duurt geen seconde of ze
draaien in een enkele beweging hun hoofden om, kijken me
aan en barsten in lachen uit. Waar ze om lachen weet ik
niet en alleen al dat gegeven maakt me nog nerveuzer dan
ik al was. Ik probeer nonchalant te doen, voorzover dat
lukt wanneer van de stress je kin bijna op de bovenkant
van het stuur rust. Zou het mijn bril zijn? Of hebben kinderen
iets op de voorkant van mijn auto geschreven zonder dat
ik het kan lezen? En zo flitsen er nog duizend gedachten
door mijn hoofd totdat het busje weer naar rechts gaat en
de weg voor me open ligt als een Formule1-circuit op een
dag zonder races. Ik passeer de ingeblikte mannen en tracht
zo nadrukkelijk niet opzij te kijken dat het daarbinnen
waarschijnlijk wel weer goed is voor een bulderlach of twee
en dan besef ik dit: voordat de mens ook maar op het idee
kwam om een zaadje in de grond te stoppen, bouwde hij waarschijnlijk
eerst een onderkomen. En zelfs als deze wereld om wat voor
reden en op welke wijze dan ook tot een einde komt, dan
zullen de laatste stervelingen geobsedeerd zijn door het
vinden van een solide schuilplaats. Kortom, bouwers hebben
nogal wat revoluties overleefd of het nou de agrarische,
de industriële of de Franse is. Dus die digitale zullen
ze ook wel overleven. Want wat er ook mag veranderen: een
bouwvakker die telewerkt zal er nooit komen. En die linkerrijbaan
zal dus ook nimmer vrijkomen. Waarschijnlijk hebben ze daarom
steeds zo'n lol.
Francisco van Jole
|
Nieuws
Bouwindex
Kennis
|
..... en meer |
..... en meer |
|
|