
|
De ondergrond heeft in grote lijnen een rode draad betekend in de loopbaan van Prof. H.P.S. van Lohuizen. Onderstaande beschouwingen over het ondergronds bouwen zijn met toestemming ontleend aan de afscheidsrede van prof. Van Lohuizen op 26 februari 1993.
Nog steeds vervult prof. Van Lohuizen functies die een relatie hebben met het ondergronds bouwen. Met name de vraagzijde van ondergrondse voorzieningen vanuit de behoefte aan ruimtelijke functies, het milieu en uit maatschappelijk oogpunt heeft voortdurend zijn aandacht.
OMSLAG IN HET DENKEN EEN ONDERZOEKCENTRUM TOKYO DECLARATION - on urban underground utilization ACCUUS - Letter of Intend ReferentiesDENK DIEPDat wekt verwachtingen, al bent u er wellicht ook weer niet al te verbaasd over als dat hier in deze TU aan de orde is. In ieder geval in hoge mate aan de orde moet zijn. Wellicht denkt u nu in één adem aan het bekende beeld van Rodin, de denker. Hij zet daar iemand neer die laat zien, dat diep denken geen sinecure is. Hij zit in een wat ongemakkelijke houding, het hoofd op de hand, de arm op de knie en zo via het been met de voet op de grond steunend. Het lijkt wel of het gewicht van al die kennis ontstaan door dat diepe denken, het hoofd te zwaar heeft gemaakt en het een extra ondersteuning vanuit de bodem, nodig heeft. Als je de gekwelde uitdrukking op zijn gelaat ziet, lijkt het of dit soort weten en denken kennelijk niet direkt verhelderend werkt, het ongemakkelijke gevoel komt op dat men blijkbaar steeds meer weet van steeds minder.Maar misschien gaat u nog verder. Er bestaat immers de wereld van een nog dieper, meer innerlijk schouwen. Wellicht komt daarbij een figuur als van de Boeddha u voor ogen. Het serene, vrede uitstralende beeld van iemand die van zicht - tot inzicht, van kennis hebben, tot kennis worden getuigt. Wij noemen dat "verlichte" zielen, omdat het licht van deze kennis blijkbaar alles tot helderheid brengt. Twee werelden, heel verschillend, of toch niet? We leven in een uitermate fascinerende tijd, waar die twee denksferen elkaar steeds dichter lijken te naderen. Maar neen, het meest voor de hand liggende - voor wie mij wat beter kennen - zal zÿn dat bij de woorden "denk diep" het beeld van een .. stokpaardje boven komt, nl. het Stokpaardje van Van Lohuizen: "het gebruik van de ondergrond". Ondergronds gaan: onder de oppervlakte der dingen, om daar nieuwe ruimte te vinden. Tunnels graven: materie zo verplaatsen - een andere plaats geven- dat er ruimte ontstaat waaraan een nieuwe invulling kan worden gegeven. Symbool en werkelijkheid verweven: niet het gegeven, maar onze houding er tegenover is bepalend. Ik nodig u graag uit met mij deze ~ruimte~ nader te verkennen.
RUIMTE-TEKORTHet gaat dan om het steeds groter wordend ruimte tekort vooral in stedelijke gebieden en de constatering dat wij in de ruimtelijke ordening nog steeds niet structureel die 3e dimensie in de ondergrond hebben ontdekt. Daar is erg veel ruimte, alleen vaak verstoord door mastbossen funderingspalen onder gebouwen. De primaire vraag is waardoor dat ruimtetekort is ontstaan en waarom we die 3e dimensie willen benutten.
|
| Tabel 1: Wereldbevolking in milliarden | |||
|---|---|---|---|
| . | 1950 | 1990 | 2015 |
| Stedelijke gebieden | 0,7 | 2,4 | 4,5 |
| Landelijke gebieden | 1,8 | 2,9 | 3,1 |
| Wereld | 2,5 | 5,3 | 7,6 |
| Tabel 2: Stedelijke bevolking in milliarden | |||
|---|---|---|---|
| . | 1950 | 1990 | 2015 |
| Meer ontwikkelde gebieden | o,4 | 0,9 | 1,1 |
| Minder ontwikkelde gebieden | 0,3 | 1,5 | 3,4 |
| Wereld | 0,7 | 2,4 | 4,5 |
| Tabel 3: Steden met meer dan 5 miilioen inwoners | |||
|---|---|---|---|
| . | 1950 | 1990 | 2015 |
| Meer ontwikkelde gebieden | 9 | 11 | 11 |
| Minder ontwikkelde gebieden | 11 | 23 | 34 |
| Wereld | 20 | 34 | 45 |
|
Daarom eerst in het kort iets over de demografische ontwikkeling in de wereld.
In het jaar 2000 zal meer dan de helft van de wereldbevolking in stedelijke gebieden wonen (tabel 1). (1) Deze eenvoudige constatering heeft enorme consequenties.
|
| Tabel 4: Inwoners in millioenen, van de 10 grootste stedelijke agglomeraties | ||||
|---|---|---|---|---|
| . | 1950 | X1.000.000 | 2000 | X1.000.000 |
|
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 |
New York Londen Tokyo Parijs Shanghai Buenos Aires Chicago Moskou Calcutta Los Angeles |
12,3 8,7 6,7 5,4 5,3 5,0 4,9 4,8 4,4 4,0 |
Mexico City Sao Paolo Tokyo Shanghai New York Calcutta Bombay Beijing Los Angeles Jakarta |
25,6 22,1 19,1 17,0 16,8 15,7 15,4 14,0 13,9 13,7 |
|
Er vinden dus dramatische verschuivingen plaats.
Vergelijking van de 10 grootste steden in 1950 en 2000 (tabel 4) laat dat goed zien. Dat zijn dan stedelijke gebieden die tengevolge van zo'n explosieve bevolkingstoename enorm in oppervlak uitbreiden. Nieuwe woongebieden die allemaal van primaire levensbehoeften moeten worden voorzien, zoals gas, water, electriciteit, telecommunicatie, maar ook de afvoer van afval, vast zowel als vloeibaar (riolering). De wegen structuur, het openbaar vervoer dat een zoveel groter gebied met zoveel meer inwoners moet bedienen. Dat zijn problemen voor deze steden, die zoveel geld kosten, dat daar niet of onvoldoende in voorzien kan worden. Met name in de minder ontwikkelde gebieden ontstaat een wildgroei die niet meer in de hand gehouden kan worden en tot het ontstaan van grote sloppenwijken leidt. De falende verbindingen slibben volledig dicht en steden verpauperen. Zover zal het bij ons niet komen, maar de leefbaarheid in onze steden kan wel in het geding komen.
Een gezonde levende stad heeft een goede infrastructuur nodig, die afgestemd is op de eisen, kortom een adequate bloedsomloop en een goed functionerend hart.(2)
|
| Tabel 5: Inwonertal Amsterdam | |
|---|---|
| Jaar | Aantal inwoners |
|
1800 1900 1950 1980 2000 |
200.000 511.000 845.000 820.000 712.000 |
|
Het oppervlak van de stad groeit aanzienlijk, terwijl het aantal inwoners weer afneemt. De problematiek voor de infrastructuur is er echter niet minder om. ONTWIKKELINGEN IN DRUKKE GEBIEDENNederland is in de Europese context bezien een klein land. Het hoort tot de dichtstbevolkte regio's in de wereld, De resterende 28%, daar wonen en werken we en moeten we onze recreatie vinden.Van onze bevolking woont 80% in steden, de helft in het westen van het land en daarvan weer het merendeel in de "Randstad", de ring van de vier "grote" steden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht met het "groene hart" daartussen met 6 miljoen inwoners. De Randstad wordt als een stedelijke agglomeratie gezien op Furopese schaal, en verdient dat ook gezien de industrie, de luchthaven Schiphol en de havens van Rotterdam en Amsterdam. De gemeenschappelijke wil om die Randstad ook als zodanig op de Europese markt te brengen ontbreekt helaas nog veel te veel. Nederland heeft hier een sterke troef in handen mits die goed wordt ingezet in de zich ontwikkelende Europese zwaartepunten. We liggen weliswaar aan de rand, maar dat is b.v. voor havens en industrie geen slechte zaak. Gelukkig worden deze potentiële mogelijkheden nu wel herkend, getuige b.v. het recente EG-Beraad voor de Bouw.(3) Ook hier dus een ruimte tekort. Het adagium "denk diep" zou wel eens een ruimte kunnen ontdekken, die letterlijk van levensbelang kan zijn voor b.v. de ontwikkeling van die Randstad, tot een stedelijk gebied zoals we dat willen, een regio waar het goed leven is ondanks de dichte bevolking, waar met milieu en leefbaarheid rekening is gehouden maar ook met de werkgelegenheid en de economische betekenis in het Europa zonder grenzen.
Een ander land met ook zo'n groot ruimtetekort is Japan met 125 millioen inwoners die op 12% van het landoppervlak (het vlakke gedeel te) wonen en werken in één grote stedenband. In die steden kan niets meer op de opppervlakte worden toegevoegd, het is er overvol. De grondprijzen zijn tot astronomische hoogte gestegen. Alles wat daar nog moet worden gebouwd, moet onder de grond. EERSTE STELLINGMijn eerste stelling is dan ook dat we met alles wat we in de toekomst nog willen realiseren en waarvoor redelijker wijze ook een ondergrondse oplossing voorhanden is, die oplossing in ieder geval serieus moeten uitwerken en in al zijn consequenties af wegen tegen mogelijkheden bovengronds.
Zelfs als de stichtingskosten hoger zijn dan een oplossing boven de grond, moeten we soms besluiten de duurdere ondergrondse oplossing te kiezen. We hebben nog zoveel andere wensen, dat we niet meer verantwoord bezig zijn als we de realisering daarvan blokkeren door dat wat wel heel goed ondergronds zou kunnen toch bovengronds te leggen. Ik heb het dan vooral over infrastructuur.
Daarmee wilde ik aangeven dat die opties serieus bekeken en gewogen moeten worden. Dat wil niet zeggen dat die afweging altijd hoeft te leiden naar een geheel of gedeeltelijk ondergrondse oplossing. Maar stellingen als: we kijken er niet eens naar, want het is toch 4 à 5 keer zo duur - tot op hoog niveau verkondigd - "kunnen niet meer". Het is in veel gevallen ook niet eens waar. Ik wil daar graag wat dieper op ingaan.
Op verzoek van de Kamer van Koophandel in de regio Dordrecht hebben we gekeken naar de mogelijkheden en consequenties om het tracé van de TGV van vóór de kruising met het Hollands Diep tot Rotterdam ondergronds te realiseren.(5) Je kunt dan een korter, gestrekter tracé volgen, omdat het dan niet meer nodig is te bundelen met al aanwezige wegenstructuur en je overal onderdoor kunt gaan.
De aanlegkosten van variant 2 bleken 1,5 keer zo hoog te zijn als variant 1 en variant 3 kwam 2x zo duur uit. De uitslag was overeenkomstig de verwachtingen: een ondergrondse aanleg is meestal niet de goedkoopste oplossing en boren is daarbij vaak de duurste. Maar het zo goed mogelijk in stand houden van het bestaande landschap dan wel andere toekomstige plannen op de oppervlakte, kunnen toch pleiten voor een ondergrondse aanleg. Evenwichtige politieke afweging ten aanzien van de te maken keuze is noodzakelijk.
Uit de hiervoor genoemde studie kwam nog een ander interessant facet naar voren. Bij de gevoerde tracé discussie bleek n.l. in Nederland een sterke voorkeur te zijn voor een bundeling met de bestaande rail- en wegenstructuur tussen Dordrecht en Breda. De aansluiting van dit voor Nederland veel betere tracé, stuitte in België op grote bezwaren. De oplossing zou wel eens kunnen zijn, dat wanneer we bereid zijn in België aan een stuk tunnel mee te betalen, we in Nederland veel gunstiger bovengronds kunnen aansluiten, met als gevolg een betere totaalop lossing en ook nog een aanzienlijke kostenbesparing. Studies over de ontwikkeling van het vervoer en de benodigde infrastructuur, geven voor Europa zonder grenzen, een alarmerende groei aan. Het goederenvenoer naar en in Nederland zal de komende 20 jaar met 50% stijgen. Dit veroorzaakt een verder dichtslibben van de infra structuur. Dat was voor het Algemeen Verbond Bouwbedrijf aanleiding om door het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid een studie te laten verrichten naar veel verder gaande mogelijkheden van bulktransport door buisleidingen.(6, 7) Je zou kunnen zeggen een buizenpost systeem, maar dan op een andere schaal. De bedoeling is dan om daarmee een groot deel van het goederentransport van de weg te halen. Dat levert naar de toekomst grote besparingen op. Nog een stap verder brengt ons b.v. bij de plannen van collega Van der Hoorn voor het transport van grotere capsules door vacuum gezogen tunnels, tussen Nederland, Zuid Duitsland en de regio Parijs. Capsules die zich dan met 500 km/uur door die tunnels zouden verplaatsen. Eigenlijk praat je dan over vliegtuigrompen zonder vleugels en is de 1 aprilgrap die niet zo lang geleden gemaakt werd over de ambities om het vliegveld Zestienhoven helemaal ondergronds aan te leggen toch reëler dan men denkt! We moeten aan innoverend toekomstdenken meer gaan doen. We zijn nog te veel bezig met extrapolatie vanuit bestaande systemen en dat geldt zeker voor gebruik van ruimten ondergronds.
Veel meer dan bij gebouwen en bovengrondse infrastructuur moet je goed weten wat je onder de grond aanlegt want dat verander of vervang je niet zo makkelijk meer. Mijn tweede stelling luidt dan ook dat:
TWEEDE STELLINGvan nu af aan de planologie, het beleid, de politiek, het bestuur, bereid moeten zijn in de ruimtelijke ordening die 3e dimensie, die de ondergrond biedt INTEGRAAL mee te nemen.
Bij bouw op de oppervlakte moet rekening gehouden worden met toekomst-reserveringen voor ondergrondse ruimten als tunnels., parkeergarages, opslagruimten, winkelcentra etc. Tot nu toe ging het over de ondergrondse infrastructuur, zoals tunnels voor rails en wegvervoer, buisleidingen voor goederen en bulktransport. Maar er is meer, ook gebouwen kunnen geheel of gedeeltelijk ondergronds. Dan gaat het primair om die gebouwen die relatief een beperkte behoefte hebben aan directe daglichttoetreding en aan uitzicht. Te denken valt dan aan: Ook kantoren kunnen, onder bepaalde voorwaarden, geheel of gedeeltelijk ondergronds worden gerealiseerd. Bij uitbreiding van historische gebouwen en bij het onderbouwen van pleinen en parken in de stad kan ondergrondse bouw een rol van betekenis spelen, bestaande monumenten blijven in hun waarde, terwijl aan de eisen van bruikbaarheid in deze tijd beter voldaan kan worden. Ook de ruimte in al of niet historische steden hoeft niet meer zo in het gedrang te komen.De beleving van de ruimte kan dankzij het ontwerp zo zijn dat je je nauwelijks meer realiseert zo diep onder de grond te zijn.(14)
In onze situatie liggen ondergrondse woningen nog niet erg voor de hand, in Japan echter wordt serieus gedacht over complete ondergrondse steden. Het project Alicecity is daar een voorbeeld van.(15)
Er zijn uit het verleden natuurlijk talloze voorbeelden van hele woongemeenschappen die zich ondergronds bevonden en soms nog in tact zijn. In Cappadocië in centraal Turkije, liggen ca. 30 ondergrondse steden, die daar ruim 2000 jaar geleden ontstonden. Kaimakli is een van de meest bekende, met zijn woningen, werkplaatsen, opslagruimten, stallen, winkels en twee kerken. Naarmate het inwonertal toe nam, breidde de stad zich in de diepte uit. Waarschijnlijk bevonden zich op sommige plaatsen tussen de 10 en 20 verdiepingen. Ook de Chinezen kennen het ondergronds wonen al heel lang bv. in Yao-Dongs. Vanuit een rechthoekig in de grond uitgegraven ruimte werden horizontaal holruimtes aangelegd, bestemd voor de woningen, die dus allemaal op een centraal atrium uitkomen. Daar is daglicht en frisse lucht. Een grote oppenlaktebesparing en een goede bescherming tegen klimaatinvloeden is hier gecombmeerd. Zo wonen nu nog 40 miljoen Chinezen.
In Salzburg, dat tussen bergwanden ingeklemd ligt, wordt een annex van het NewYorkse Guggenheimmuseum gebouwd, die in een aantal holruimtes in het bergmassief wordt ondergebracht. Een nieuw concept wat door architect Hans Hollein werd toegelicht op het ICUSESS congres.(8) Hij liet daarbij zien, welke graden van vrijheid je krijgt als je de ruimtes ten opzichte van elkaar vrij kunt rangschikken, niet gebonden door de rechte muren van een traditioneel gebouw. DERDE STELLINGMits goed ontworpen kunnen ondergrondse ruimtes aan zeer hoogwaardige eisen voldoen.
Het soort woningen dat ook hier interessante perspectieven biedt, is het half verzonken en gedeeltelijk met aarde bedekte type.
In de woestijnstaten in Amerika en Australië met hoge temperaturen overdag en lage 's nachts, maar ook in de noordelijke staten van Amerika tegen de Candadese grens aan, met hele koude winters en hele hete zomers, is dit soort woningen ontwikkeld. 1 à 1,5 m onder de grond heerst ook bij die extreme temperatuurwisselingen een constante temperatuur van 10 à 12 C.
Daken en muren die zelf voldoende isolatie tegen die grote wisselingen moeten bieden, zijn dan niet meer nodig. Het daglicht treedt toe via glaswanden aan de zonzijde of via een atriumachtige ruimte. Dit soort woningen is goed in een wat glooiend of heuvelachtig landschap in te passen. Woningen gebouwd in aarden geluidswallen is een andere, interessante mogelijkheid, die ook ruimtebesparend werkt, doordat de oppervlakte twee keer benut wordt.
Voor opslagdoeleinden biedt de ondergrond goede mogelijkheden. Kansas City heeft zijn grond drie keer gebruikt: winning van kalksteen, bouw van de stad en een ondergronds industriecomplex. Is dit wellicht voor Zuid-Iimburg een interessante optie? Onder het plateau van Margraten ligt eveneens een uitgestrekt complex van grotten dat door steenwinning is ontstaan. De kwaliteit van het gesteente is anders dan onder Kansas City maar het zou te overwegen zijn de winning van grondstof voor de Cementindustrie al daar te combineren met het exploiteren van de ontstane holruimte naar het voorbeeld van Kansas City. De geografische locatie in het nieuwe Europa is interessant genoeg. Een ondergrondse rioolwaterzuiveringsinrichting in Rotterdam werd in de voormalige Dokhaven gebouwd en kon daarom in de stad worden gesitueerd. Dat leverde een grote besparing in het rioolnet op. Erboven is een park aangelegd. De gehele installatie is aan het oog onttrokken.(16)
Het OPAC-project (17), een plan voor een ondergrondse pompaccumulatie-centrale is van een heel andere schaal. Het betreft een opslagsysteem voor electrische energie. Met goedkope nachtstroom wordt water uit een reservoir bestaande uit een serie holruimtes op 1400 m diepte, omhoog gepompt naar de oppervlakte. Het water wordt daar in een meertje opgeslagen. Tijdens de piekbelasting van het electrische net loopt het via turbines terug naar het benedenreservoir en wordt er extra electriciteit aan het koppelnet afgegeven.
Parkeergarages beginnen nu meer in de belangstelling te komen. Ondergrondse oplossingen zijn er nog niet zoveeL het Malieveld in Den Haag, de Victoria garage onder het Open Havenfront in Amster dam en het Vrijthof in Maastricht zijn enkele recente voorbeelden. Het probleem is steeds de hoge bouwkosten in relatie tot de exploitatiemo gelijkheden. Het heeft te maken met wat we als gemeenschap voor de leefbaarheid in de stad overhebben.
Ik ben mij ervan bewust, dat heel veel niet is genoemd.
Ik acht het een stap in de goede richting, dat zowel bij de plannen voor de ontwikkeling in en rond het IJmeer in Amsterdam-Nieuw Oost - als ook bij de opzet van een struktuurplan voor de nieuwe regio Den Haag/ Delft - de Haaglanden - expliciet de vraag aan de orde is of er niet veel zuiniger met de nog open ruimte moet worden omgegaan en wat ondergronds zal kunnen. Denk diep...De tijd is er kennelijk rijp voor ! OMSLAG IN HET DENKENDe vraag is hoe verder te gaan om op een zo efficiënt mogelijke wijze antwoord te geven op nog talloze open vragen. De belangrijkste activiteiten van de laatste tijd wil ik kort noemen. Het denken over gebruik van de ondergrond voor méér dan alleen tunnels, begon voor mij 25 jaar geleden, door mijn werk in Amsterdam, de activiteiten in de toemllalige Sectie Tunneltechniek van het KIVI en van de International Tunnelling Association (ITA).
In 1987 werd de Stichting NOVA TERRA opgericht, met als doelstel ling een informatie-platform te zijn en de mogelijkheden uit te dragen voor benutting van de ondergrondse ruimte in de meest brede zin. De voor- en nadelen van het gebruik van ondergrondse ruimte werden verder uitgewerkt, en talloze ideeën gegenereerd o.a. in samenwerking met het al eerder genoemde Underground Space Centre in Mineapolis in de V.S.. Vooral werd getracht architecten aan te spreken.
Het rapport is een verkenning van de mogelijkheden in Nederland voor gebruik van de ondergrond. Het doel was, om op basis van een inventarisatie van alle relevante aspecten van dit onderwerp, een onderzoek programma op te stellen. Op basis van de aanbevelingen zijn inmiddels een aantal acties in gang gezet.
In augustus 1992 werd het congres ICUSESS (International Conference on Underground Space and Earth Sheltered Structures) in Delft gehouden.(18)
EEN ONDERZOEKCENTRUM
Nu de resultaten van al die activiteiten beschikbaar komen is het van groot belang de krachten te bundelen en over te gaan tot het inrichten van een onderzoekcentrum voor gebruik van de ondergrond. De plannen hiervoor bestaan al enige tijd. Het is de bedoeling de Stichting NOVA TERRA die al bij Civiele Techniek is gehuisvest, in samenwerking met CUR en CROW, om te zetten in een multidisciplinair onderzoekcentrum, onder leiding van een daarvoor aan te trekken hoogleraar, waarbij dan een vijftal faculteiten zal zijn betrokken. Het gaat om een kleine eenheid, die vanuit een integrale aanpak van de problematiek naast het eigen onderzoek ook coördinerend optreedt tussen de relevante onderzoekgroepen bij andere faculteiten, een soort werkgroepverband dus. Het onderzoek beperkt zich bepaald niet tot de louter technische aspec ten. Psychologische, planologische, juridische, economische en ontwerp aspecten zijn nu haast belangrijker. Het internationale netwerk met Japan en de V.S. en samenwerking met de International Tunnelling Association is daarbij een goed uitgangspunt.
TOKYO DECLARATIONon urban underground utilizationThe International Conference on Urban Underground Utilization '91 was held in Tokyo from December 3 to 5, 1991. About 350 participants from ten countries took part in the conference, presented research papers and discussed a broad range of subjects concerning the utilization and future role of urban underground space. One-million cities which had appeared in the l9th century and ten million cities in the 20th century have undergone the process of centralization, decentralization and recentralization. While increasing in size, those megapolis are becoming borderless in many aspects. Such megapolis of that scale is forcast to emerge in developing countries of the 21 century. History of buildings representing cities indicates that the 21st century is expected to be the era of underground space utilization, following bridges of the 19th century and highrise buildings of the 20th century. In order to preserve global enviromment and urban landscape as well to create human-friendly cities, effective and correct utilization of underground space as important social infrastructure should be pursued from the perspective of human activities of the 21st century. Based on this common recognition, the conference has concluded the following and hereby publicly announces them as the Tokyo Declaration:
ACCUUSLETTER OF INTENDDelft 5th August 1992 ACUUS: Associated Centers for Utilization of Underground Space
Referenties
|