|
6 september 2003
Bouwbedrijven|2003 -ontwikkelingen; -vooruitzichten
Onderzoeker EIB: drs.F.J. Jansen

Dit jaar zijn de verwachtingen van veel hoofdaannemers in
de bouw minder hoog gespannen dan de laatste jaren het geval
is geweest. Hoewel de meeste ondernemers denken dat 2003
voor hun bedrijf winstgevend zal zijn, komen de winstmarges
door de teruglopende vraag onder druk. Ook de omzetten zullen
minder sterk groeien dan in de afgelopen jaren. De werkvoorraad
was begin dit jaar bij veel bedrijven iets gedaald ten opzichte
van een jaar terug. Vooral de ondernemers in de grond-,
water- en wegenbouw (gww) zijn pessimistisch: hier ziet
men de omzet dalen, waar hun collegas in de burgerlijke
en utiliteitsbouw (b&u) nog op een stijging rekenen.
De afnemende bedrijvigheid gaat gepaard met een minder
grote vraag naar personeel. Hoewel er nog steeds vacatures
zijn daalde het aantal aanzienlijk: van 11.000 eind 2001
tot 5.000 eind vorig jaar. De schaarste aan personeel, die
tot vrij recent zo belemmerend was voor een goede gang van
zaken in veel bedrijven, is niet langer meer een groot knelpunt.
Andere problemen zijn hiervoor in de plaats gekomen: hoge
loonkosten, scherpe prijsconcurrentie en regelgeving.
De beoordeling van de vooruitzichten voor het eigen bedrijf
is bij de meeste ondernemers nog altijd positief; al zijn
dit er wel veel minder dan in voorgaande jaren. De visie
op de vooruitzichten voor de eigen sector is echter een
stuk somberder geworden; vooral bij ondernemers in de gww
waar het percentage optimisten (18) nog niet zo klein is
geweest als in het begin van de jaren tachtig.
Bronnen: EIB
Grote bouwconcerns merken stagnatie
In BOUW|WERK 2003/3 rapporteert het EIB dat de bouwbedrijven
in de afgelopen jaren grote drukte beleefden. De hoge bedrijvigheid
was merkbaar in alle geledingen van de bedrijfstak: bij
kleine als ook bij de grote bedrijven. Maar de hoogtijdagen
lijken voorbij. De grootste nederlandse bedrijven laten
dat in hun jaarverslagen zien.
In de omzet was dat nog niet echt zichtbaar. De
omzet groeide met bijna 7 % tot een waarde in de bouwsector
van ruim 17 miljard euro.

De groei staat in groot contrast met 2.2 %
daling in productievolume, zoals het EIB berekende. Reden
kunnen zijn:
- De grote concerns halen een deel van de omzet uit het
buitenland.
- De prijsstijging was de afgelopen jaren aanzienlijk.
- De fusietendens is nog gaande waardoor tegen de markt
in de bedrijven toch een groei te zien geven.
In 2002 rapporteerden bijna alle grote bedrijven
een winst. Alleen Ballast Nedam moest een verlies
incasseren door slechte resultaten op buitenlandse activiteiten.

De overige bedrijven lieten een winst zien van 2.9 %, ongeveer
gelijk aan de jaren er voor. Over de laatste 3 jaar bleef
de winstgevendheid dus aardig op peil.
De rentabiliteit van het eigen vermogen laat echter
de afgelopen 3 jaar een daling zien. In onderstaande tabel
3 staat de gemiddelde rentabiliteit op 12.1 voor 2002 tegen
17.1 % resp. 19.8 % in de jaren daarvoor. Zonder Ballast
Nedam zou de rentabiliteit weliswaar hoger uitvallen, maar
de dalende tendens blijft toch merkbaar. Dat wordt voornamelijk
veroorzaakt door een toename van het eigen vermogen met
29 %, terwijl het netto resultaat met 7% groeide.

Vergelijken we de grote nederlandse bouwbedrijven
met het nabije buitenland dan kan worden gesteld dat de
prestaties in dezelfde orde van grootte liggen. Onderling
zijn er wel verschillen. Van Europa's grote 5 maakt Skanska
(Zweden) geen goed jaar door. Het duitse Hochtief boekte
ook magere resultaten. Van de franse bedrijven deden VINCI
en Bouygues het betrekkelijk goed.

Bovengenoemde resultaten zijn in BOUW|WERK 2003/3 van EIB
in detail weergegeven en via het net te raadplegen op www.eib.nl
.
De publicatie "Bouwbedrijven|2003 -ontwikkelingen;
-vooruitzichten" is bij het EIB te koop voor €
25.
Bron: EIB - Economisch Instituut
voor de Bouwnijverheid
|