|
10 oktober 2004

Hoe meer we malen, hoe sneller we dalen
Prof. dr. Henk Saeijs Erasmus Universiteit Rotterdam
Laag Nederland is door veenvorming en sedimenten millennia lang,
tientallen meters meegegroeid met de zeespiegelrijzing. Duizend
jaar geleden begon de mens dijkjes aan te leggen en het moeras
te ontwateren waardoor het meegroeien met de zee werd gestopt.
Een sluipend proces van irreversibele bodemdaling (in duizend
jaar ca –5 m t.o.v. de zeespiegel) trad op.
Een dijk in de twaalfde eeuw was op maaiveld zo’n 15 m
breed en 4 m hoog. Een gemiddelde zeedijk nu heeft een basis van
100 m is al gauw 15 m hoog.
De bodemdaling gaat nu zelfs nog versneld door, als gevolg van
het onverantwoord vol bouwen van de polders (bijvoorbeeld het
Groene Hart van Zuid-Holland). "Hoe meer we malen,
hoe sneller we dalen."
Door hier projectontwikkelaars hun gang te laten gaan, onder
het motto ‘laat het marktmechanisme zijn werk maar
doen’, is het hek van de dam. De korte termijn
wint het van de lange; wij de baten, onze nakomelingen de lasten.
We worden steeds afhankelijker van dijken en dijkonderhoud is
door de eeuwen heen niet ons sterkste punt gebleken (iedere zes
generaties een super watersnoodramp). We bevinden ons op een doodlopende
weg. Dwaas genoeg investeren wij het meest in dit kwetsbare lage
deel van ons land.
Het veiligheidsbesef van de bevolking is slecht ontwikkeld,
door polderblindheid en teveel vertrouwen op de techniek. Toch
is dit nodig om draagvlak te krijgen voor het nemen van drastische
maatregelen. Geconstateerd wordt dat het niet aan de dijken ligt,
maar dat de bodemdaling en zeespiegelrijzing de werkelijke oorzaken
van de problemen zijn. Door alle aandacht te richten op de keringen
en niet op de werkelijk oorzaken, mist men kansen. Er is grote
noodzaak tot innovatie, want ook dijkversterking kent haar genzen.
Die innovatie is overigens al in volle gang (bijvoorbeeld stormvloedkeringen
en overlopende dijken). Het gaat echter niet alleen om technische
oplossingen (zoals ruimte voor de rivier of ontpolderen). Ruimtelijke
Ordening moet dan ook een veel belangrijker rol spelen.
Studie moet worden verricht aan innovatieve ideeën
zoals ‘overlopende dijken’, ‘gecontroleerde
inundaties van polders’ en aan terpeneren (het ophogen van
gebieden tot deltahoogte waardoor dijken overbodig zijn). Deze
zijn nu reeds te vinden (circa 180 km2) bij buitendijks gelegen
haven- en industriegebieden zoals het Sloegebied bij Vlissingen
en Europoort. Het leven op zo’n moderne terp is veiliger
dan in een polder want bij extreem hoog water krijg je daar natte
voeten, maar in een polder verdrink je.
Prof. dr. Henk Saeijs
Erasmus Universiteit Rotterdam
bron: BuildingBusiness
|