| |
24 september 2005
Niet elke dijk zal zich aan de wet houden
overgenomen uit NRC Handelsblad
- Gevolgen overstroming Nederland zullen groot
zijn
- De risico's van overstromingen worden zwaar
onderschat, vinden watermanagers.
- Wat in New Orleans is gebeurd, kan ook Nederland
overkomen.
Kan een overstroming zoals in New Orleans zich ook in Nederland
voordoen? Die kans is ,,erg klein'', zeggen de waterbeheerders
bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat. In antwoord
op vragen van deze krant stelt het ministerie: ,,De kans
dat Nederland door zo'n overstroming wordt getroffen is
vele malen kleiner dan in het gebied rond New Orleans. Grote
delen van Nederland liggen net als New Orleans beneden de
zeespiegel. De beveiligingsniveaus in zijn Nederland echter
vele malen hoger dan in de omgeving van New Orleans. Tropische
orkanen kennen wij in Nederland niet.''
Niet iedereen is er gerust op. Prof.ir. Han Vrijling,
hoogleraar waterbouwkunde aan de Technische Universiteit
Delft, vindt de belangrijkste les die Nederland moet trekken
de volgende: de schade van de overstromingen in New Orleans
is zó groot, dat er des te meer aanleiding is om
de kans op overstromingen nóg verder te verkleinen,
,,bijvoorbeeld door het verhogen van dijken''.
Vrijling: ,,Er is een bestuurlijke neiging om zich te concentreren
op de gevolgen van een eventuele overstroming. Maar als
je de gevolgen van de overstroming in New Orleans tot je
door laat dringen, dan is het vooral van belang om de kansen
verder te verkleinen.''
Ook de Unie van Waterschappen dringt aan op ,,aandacht''
voor de dreiging van overstromingen. Voorzitter
Sybe Schaap: ,,De risico's van overstromingen worden
zwaar onderschat. Wat onvoldoende wordt onderkend, is dat
mondiaal niet alleen de zeespiegel rijst, maar ook de bodem
langs vele kusten over de hele wereld daalt. Daar zal de
politiek iets aan moeten doen. Je moet er toch niet aan
denken dat je straks Noord- en Zuid-Holland moet evacueren?
Als je nou toch ziet dat de schade in New Orleans ongeveer
250 miljard dollar bedraagt. Voor 1 of 2 procent van dat
bedrag had je het kunnen voorkomen!''
Ook dr. Ben Ale, hoogleraar rampenbestrijding en
veiligheid aan de TU Delft, vindt dat er geen enkele
reden is voor Nederland om de ,,illusie'' te hebben dat
een grote overstroming zich na de watersnoodramp in 1953
niet meer zal voordoen. Ale: ,,Uit onderzoek van het RIVM
is gebleken dat 15 procent van alle dijken niet aan de normen
voldoet, en dat we het van nog eens 35 procent niet weten.
Rijkswaterstaat gaat daar de komende jaren misschien iets
aan doen. Tot die tijd bestaat er een risico.'' Maar wij
hebben onze zeedijken toch gebouwd op een kans van ééns
in de tienduizend jaar? ,,Jazeker'', zegt Ale. ,,Dat staat
in de wet. Maar wij hebben wel vaker de neiging om te denken
dat de werkelijkheid zich gedraagt naar de wet.''
Ook voorzitter prof.dr. Uri Rosenthal
van COT, het instituut voor veiligheids- en crisismanagement,
vindt dat Nederland lessen moet trekken uit New Orleans.
,,De Mississippidelta ontbeert Deltawerken. Maar dat neemt
niet weg dat bij ons een ramp die de watersnood van 1953
te boven zou gaan, vaak weggeredeneerd wordt met puur wiskundige
risicoschattingen. En dat terwijl crises en rampen steeds
vaker terug te voeren zijn op een samenloop van omstandigheden
die, achteraf bezien, nauwelijks nog toeval mag heten. Voorbeeld:
een scenario van een gelijktijdige hyperstorm vanuit zee
en hoge waterstanden van de grote rivieren'', schreef hij
onlangs in het dagblad Trouw.
De scenario's voor een overstromingsramp moeten worden
aangepast, zegt Rosenthal in een toelichting, bijvoorbeeld
op het gebied van evacuaties. Rosenthal: ,,De huidige
scenario's gaan niet verder dan de evacuatie van
enkele tienduizenden mensen. Dat is aan de geringe kant.
Bovendien moeten we beseffen dat het nemen van een besluit
tot evacuatie óók problemen met zich meebrengt,
zoals beveiliging van de ontruimde gebieden en evacuatieroutes
die verstopt raken doordat iedereen de vertrouwde routes
kiest. Er zal iets moeten gebeuren.''
Doet Nederland de laatste jaren voldoende om de kans op
overstromingen te verkleinen? Jazeker, laat Verkeer en Waterstaat
weten. ,,We kunnen niet eindeloos dijken verhogen. Als gevolg
van klimaatverandering moeten we rekening houden met meer
neerslag, meer rivierafvoer, zeespiegelstijging en sterkere
golven. Dit betekent dat we moeten blijven investeren in
dijkversterkingen, maar daarnaast ook ruimte voor het overtollige
water moeten creëren. Het gaat dus om een slimme combinatie
van deze maatregelen. Deze maatregelen bieden juist mogelijkheden
wanneer ze innovatief gebruikt worden. Daarbij kan je denken
aan drijvende woningen en kassen.''
Op aandringen van de Tweede Kamer zullen vermoedelijk acht
zogenoemde `zwakke schakels' langs de kust versneld worden
aangepakt. En de Dienst Weg- en Waterbouwkunde van het ministerie
onderzoekt de mogelijkheid om de risico's van overstromingen
anders te berekenen. Nu nog geldt een vrij eenvoudige normering.
In het Nederlandse kustgebied zijn de waterkeringen in de
dichtstbevolkte delen ontworpen om waterstanden te keren
tot een peil dat eens in de 10.000 jaar voorkomt. Voor het
rivierengebied zijn de dijken ontworpen tot aan waterstanden
die eens in de 1.250 jaar voorkomen.
Binnenkort moet er een nieuwe methode zijn waarbij de norm
voor een waterkering niet alleen afhankelijk is van de kans
op een overstroming, maar ook van de gevolgen ervan. Met
andere woorden: hoe meer mensen er achter een dijk wonen,
en hoe groter de economische waarde van een gebied, des
te sterker moet de dijk zijn. Hoogleraar Vrijling:
,,Ik ben erg benieuwd naar de nieuwe normen.''
Mocht zich ondanks de kleine kans toch een overstroming
voordoen, dan zijn de gevolgen groot. ,,In het geval van
een extreme calamiteit kan de geschatte economische schade
bij een grote overstroming in bijvoorbeeld de Randstad oplopen
tot enkele tientallen miljarden euro's'', aldus het ministerie.
,,Een groot deel van dit gebied kan enkele meters onder
water komen te staan. Het aantal slachtoffers is sterk afhankelijk
van de (on)mogelijkheden voor evacuatie en de mogelijkheden
om uit te wijken naar hoogwaterplaatsen en dergelijke.''
Hoogleraar Vrijling: ,,We hebben tot nog
toe vooral overstromingen van landbouwgebieden gehad. Als
er stedelijke gebieden onderlopen, dan moeten we rekening
houden met onbegaanbare wegen, met mobiele telefoons die
uitvallen, aardgasleidingen die lek slaan en brandjes veroorzaken,
en vervuiling door chemische industrie.'' De materiële
schade zal enorm zijn, stelt Vrijling. ,,Niet alleen komt
de economie tot stilstand, maar ook zal na een overstroming
zo'n vijftig jaar geen enkel Amerikaans bedrijf hier willen
investeren.''
Niet iedereen is ervan overtuigd dat Nederland na zo'n
ramp beter zal opereren dan de VS. Voorzitter Sybe Schaap
van de Unie van Waterschappen: ,,Als u vraagt of Nederland
z'n zaakjes op orde heeft, dan zeg ik: niet genoeg.'' De
Unie denkt dat er nog ,,een slag te maken is'' bij het uitwisselen
van informatie tussen bijvoorbeeld gemeenten en waterschappen.
Erik Kraaij van de Unie: ,,De gemeente weet precies waar
er chemische fabrieken liggen, het waterschap weet vooral
iets over de eigenschappen van de dijken. Bij een crisis
moet die informatie op één punt beschikbaar
zijn, en dat is nu nog niet altijd het geval.''
Elke gemeente is wettelijk verplicht tot het hebben van
een rampenplan, en veel gemeenten hebben ook rampenplannen
opgesteld die zijn toegespitst op de specifieke situatie,
zoals een waterrijke omgeving, de aanwezigheid van een chemische
fabriek, een kerncentrale. Maar de rampenplannen deugen
niet, vindt hoogleraar rampenbestrijding Ben Ale. ,,Er is
niet één rampenplan dat ervan uitgaat dat
alles uitvalt zoals in New Orleans. Dat er geen telefoon
meer is, geen riolering, geen stroom, en dat het zogenaamd
goed opgeborgen chemisch afval weer komt bovendrijven. Terwijl
er toch zo'n kleine twee miljoen mensen zullen moeten worden
geëvacueerd als de dijkring met Rotterdam en Den Haag
erin binnen 24 uur volloopt met water. De rampenplannen
moeten op veel grotere schaal worden gemodelleerd.''
Samenwerking bij calamiteit kan beter
Dat de samenwerking bij een calamiteit voor verbetering
vatbaar is, heeft ook burgemeester Marianne Burgman
van de Utrechtse gemeente De Ronde Venen ervaren. Ruim twee
jaar geleden dreef een uitgedroogde veendijk in het dorp
Wilnis weg en veroorzaakte een overstroming. De schade bedroeg
ongeveer acht miljoen euro. Burgemeester Burgman: ,,Als
ik één ding heb geleerd, dan is het dat de
hulpdiensten zoals brandweer, politie en geneeskundige diensten
hun eigen rampenplannen hebben die op elkaar aansluiten
en dat ze op elkaar ingespeeld zijn. Maar zodra er een derde
partij bijkomt, zoals het hoogheemraadschap of Rijkswaterstaat,
dan blijkt dat die partijen allemaal een eigen cultuur hebben,
en moet je erg veel tijd en energie steken in het begrijpen
van elkaar. Tijd die je op dat moment helemaal niet hebt.''
Als voorbeelden noemt zij dat het hoogheemraadschap met
extra pompen aan de slag wilde gaan, en
of de burgemeester dan maar even binnen een halfuur de dijk
wilde afzetten en daarvoor 35 man beschikbaar kon stellen.
,,Waar haal je die zo snel vandaan?'' Ook herinnert zij
zich de aankondiging van het hoogheemraadschap om zes uur
's ochtends te willen beginnen met het weer vullen van de
leeggestroomde ringvaart. ,,Maar daar lagen wel vijftig
woonarken in die vastgezogen lagen aan de modderbodem. Als
zij bij het terugpompen van het water niet omhoog zouden
komen, zouden ze kunnen gaan kraken en kapot gaan. Ik had
ineens vier man per ark nodig die daarop zouden toezien.''
De beste manier om goed voorbereid te zijn op een ramp,
zegt Burgman, is ,,oefenen'' met andere instellingen. Dat
gebeurt helaas te weinig. ,,Iedereen oefent wel, maar niet
samen.'' Dat zou wel moeten. ,,Er is geen ramp te verzinnen
die een gemeente alleen aankan.'' Een andere les die de
burgemeester heeft getrokken, is dat als je besluit tot
een gedwongen evacuatie, het zaak is om de mensen zo snel
mogelijk bij elkaar op één locatie te krijgen,
zodat je ze allemaal tijdig en juist kunt informeren. ,,Er
waren relatief veel mensen die op eigen houtje gingen
lopen, en die vervolgens voortdurend gingen bellen
omdat ze heel begrijpelijk wilden weten hoe het met hun
huis is. De telefoonlijnen raakten overbezet.''
Bovendien moet je de consequenties van een besluit tot
gedwongen evacuatie goed overzien. ,,Je moet genoeg mensen
hebben die de wijk kunnen afzetten en er ook controleren.
Wij hebben destijds drie mensen aangehouden die iets deden
wat veel op inbreken leek.''
bron: NRC Handelsblad
|