|
30 september 2005

Plaatsje gestegen: Nederland concurreert niet
Nederland is één plaats gestegen naar de
elfde plaats op de ranglijst voor concurrerentiekracht die
het World Economic Forum jaarlijks publiceert. Dat is volgens
hoogleraren Henk Volberda en Frans van den Bosch
van de RSM Erasmus University geen reden voor optimisme.
,,Een stijging of daling van één plaats is
niet significant. Het betekent dat Nederland stilstaat'',
zegt Volberda.
Volberda en Van den Bosch hebben het Nederlandse deel van
het onderzoek voor de lijst op basis van economische
stabiliteit, technologische ontwikkeling en kwaliteit van
overheidsinstanties uitgevoerd. Ze stellen vast
dat Nederland er ondanks alle aandacht voor innovatie niet
in slaagt terug te keren in de top tien, waar wel andere
kleine Europese landen als Finland, Zweden, Denemarken,
Noorweg en Zwitserland te vinden zijn.
Nederlandse bedrijven slagen er niet in kennis
te `absorberen', hoewel er voldoende aanwezig is.
,,We scoren bijvoorbeeld goed als het gaat om octrooien'',
zegt Van den Bosch. Maar bedrijven zijn er niet op ingericht
om die kennis ook om te zetten in nieuwe producten en diensten.
,,Nederland is zelfs nog verder gezakt op de ranglijst voor
kennisabsorptie, naar een 36ste plaats.''
Een rol speelt dat bedrijven in Nederland niet klant-gericht
zijn, zo blijkt uit het onderzoek. ,,Dat is in Scandinavische
landen veel beter'', zegt Volberda.
,,Concurrentie-kracht bereik je in een land als Nederland
niet door voortdurend op de kosten te letten, of de nadruk
te leggen op technologische inventie. Maar door bedrijven
zó te organiseren, dat de kennis echt wordt
toegepast. Dat kwartje is nog niet gevallen'' zegt
Van den Bosch. Terwijl een land als India (50ste plaats)
het op dát gebied veel beter doet. ,,Dat brengt mij
ertoe te zeggen: Nederland, let op je zaak.''
De oplossing moet volgens de onderzoekers vooral worden
gezocht in een minder rigide organisatie van bedrijven:
plattere structuren en meer kennisoverdracht tussen de verschillende
onderdelen. ,,En een passie voor innovatie'', zegt Volberda.
Onlangs heeft ook het innovatieplatform meer nadruk gelegd
op zogenoemde `sociale innovatie' als middel tot een meer
concurrerende economie.
Andere concurrentiefactoren waar dit kabinet
op hamert zijn volgens de hoogleraren minder relevant voor
concurrentiekracht op de lange termijn. Neem bijvoorbeeld
de flexibiliteit van de loonkosten en het ontslagrecht.
Op plaats nummer 111 respectievelijk 103 van de ranglijsten
voor deze factoren behoort Nederland tot de hekkesluiters.
Maar toch is dat volgens Van den Bosch niet doorslaggevend
voor de concurrentiekracht. ,,Nederland doet het goed
op macro-economische factoren als de kwaliteit
van de overheid en de overheidsfinanciën. Maar dat
is niet doorslaggevend.'' Bij het terugdringen van
bureaucratie scoort Nederland net als Scandinavische
landen slecht: zestigste.
bron: NRC Handelsblad
|