|
25 november 2005

Bouwproductie herstelt zich tegen de verdrukking
in
Na 2004 was de stemming hoopvol: 2005 zou het
jaar worden van het stevig aantrekken van de Nederlandse
economie. Want na een depressie volgt altijd een sterk herstel,
leert het verleden. In 2005 mocht dat helaas niet zo zijn.
Door een vertraging in de groei van de wereldeconomie, groeide
de Nederlandse export niet verder. Bovendien zijn de consumenten
nog altijd somber gestemd en ook de producenten zijn niet
zo enthousiast over het investeringsklimaat.
Dit leidde tot een krimp van de Nederlandse economie in
het eerste kwartaal van 2005. In het tweede en derde kwartaal
werd een bescheiden groei waargenomen, die als voorbode
van een bestendigere groei in 2006 gezien wordt. De economische
ontwikkelingen zijn echter nog met onzekerheden omgeven.
Met name de olieprijs, de dollarkoers en de bestedingen
van consumenten baren de economen zorgen. Voor
de bouwsector is er dus nog geen reden tot juichen. Vooral
de utiliteitsbouw beleeft nog altijd zware tijden, waarin
de toename van de bouw van scholen en ziekenhuizen de dalenden
tendens niet kan keren. De woningbouwproductie laat een
sterke stijging zien dit jaar en door een sterk groeiend
volume bouwvergunningen lijken de vooruitzichten heel zonnig.
Sterk herstel moet worden genuanceerd
Maar, als de achtergronden van de ontwikkelingen in de vergunningen
nader bekeken worden, moet er geconstateerd worden dat de
productie van woningen achter zou kunnen blijven. HPR Bouw
verwacht voor dit jaar 69.500 gereedgekomen woningen door
te zullen krijgen van het CBS. In 2006 en 2007 zal de woningbouwproductie
zeker stijgen, maar niet zo uitbundig als de huidige hausse
in de vergunningverlening doet vermoeden. De scherpe stijging
van het aantal verleende bouwvergunningen hangt samen met
de invoering van de verscherpte Energie Prestatie Norm per
2006.
De professionele opdrachtgevers (projectontwikkelaars en
woningcorporaties) verwachten dat de woningen die voldoen
aan de nieuwe norm, slechter verkoopbaar zullen zijn. Deze
woningen zijn namelijk duurder, maar stellen daar
geen extra ruimte of luxe tegenover. De verhoogde energiezuinigheid
is als verkoopargument niet goed genoeg. Daarom vragen de
bouwers dit jaar extra vergunningen aan voor de bouw van
woningen, die nog niet hoeven te voldoen aan de verscherpte
norm. Deze vergunningen zullen in voorraad worden genomen.
Vanaf 2006 zal er daarom voor een groot deel uit deze voorraad
gebouwd worden. De vergunningverlening zal naar verwachting
daarom vanaf begin 2006 gaan dalen. De tijd tussen het verlenen
van de vergunning en het gereedkomen van de woning zal nog
verder toenemen, terwijl 25 % van de vergunning nu al ouder
is dan 2 jaar.
De ontwikkelingen in de utiliteitsbouw blijven grotendeels
afhankelijk van de stand van de economie en de bestedingen
van de overheid. De bestedingen op het gebied van
zorg en onderwijs nemen nog altijd toe en bovendien zal
er in 2006 een einde komen aan de bezuinigingen. Daar gaat
een positieve impuls van uit voor de economie en de utiliteitsbouw.
Bovendien lijken de ontwikkelingen aan de vraagkant er ook
toe te kunnen leiden dat er weer meer nieuwbouw geproduceerd
zal gaan worden. De voorraad utiliteitsgebouwen is sterk
aan het verouderen en loopt kwalitatief achter bij de vraag.
Daarom zal er steeds vaker toch voor nieuwbouw gekozen worden,
ondanks grote leegstand van bijvoorbeeld kantoren. Voor
de verouderde utiliteitsgebouwen rest sloop of herontwikkeling
tot woningen of een andere bestemming.
Luchtkwaliteit
Het besluit luchtkwaliteit van Staatssecretaris Geel speelt
de bouwproductie ernstig parten. Op plekken waar de norm
overschreden wordt mag niet gebouwd worden. De regering
wordt door de werkgeversorganisaties opgeroepen om een noodwet
in het leven te roepen om een einde te maken aan de koppeling
van de luchtkwaliteit aan het bouwen. De invoering kan echter
nog maanden op zich laten wachten. Dat de bouwproductie
ondertussen schade leidt staat vast.
Bovendien brengt de invoering van de nieuwe wet Ruimtelijk
Ordening en de Grondexploitatiewet ook nog veel onzekerheden
met zich mee, die nu nog moeilijk in kaart te brengen zijn.
De omschakeling naar de nieuwe regelgeving zal op zijn minst
gewenning eisen van de partijen binnen de bouwsector. De
groei van de nieuwbouwproductie zal daarom de komende jaren
vooral tegen de verdrukking in plaats vinden en zijn volle
potentie niet kunnen bereiken.
Bron: HPR Bouw
|