|
4 oktober 2006
Goede vloerisolatie en vochtwering geen overbodige
luxe
Consensus bij Technische Commissie VIBA-Expo
Bij veel bestaande woningen in Nederland is de wering
van vocht uit de bodem onvoldoende evenals de mate waarin
de begane grondvloer is geïsoleerd. De Technische Commissie
die de expositie in Hal 3 van de VIBA-Expo in Den Bosch
voorbereidt, is tot de conclusie gekomen dat zonder een
goede vloerisolatie en zonder goede wering van vocht uit
de bodem het niet mogelijk is woningen te verkrijgen die
èn comfortabel èn gezond èn energiezuinig
zijn. Deze maatregelen zouden dan ook het eerst genomen
moeten worden voordat andere maatregelen getroffen worden,
wanneer men wil komen tot een duurzaam en energiezuinig
renovatieplan.
100% vochtwering door aanpak bij de bron
De wering van vocht uit de bodem is pas echt in orde wanneer
er helemaal geen vocht meer vanuit de kruipruimtebodem de
woning binnenkomt. Quote van een ventilatiedeskundige: "wat
er niet inkomt hoeft er ook niet uit gehaald te worden".
Omdat het onmogelijk is een begane grondvloer 100% luchtdicht
te krijgen*, moet in woningen met kruipruimte de kruipruimte
zelf droog zijn. Is dat niet het geval dan kan de bodem
worden bedekt met een laag met een hoge dampremming (>100
m) en een zo laag mogelijke warmteweerstand *.
De verse lucht van buiten die via de kruipruimte de woning
infiltreert (bij natuurlijke ventilatie) of naar binnen
wordt gezogen (bij mechanische afzuiging) heeft nu uit de
bodem geen vocht kunnen opnemen maar in de winter wel warmte
(zolang de bodem niet is bedekt met een isolerende laag).
Deze lucht is schoner dan lucht die rechtsreeks van buiten
komt omdat gedurende de veel langere weg naar de woonkamer
(fijn)stof is achtergelaten in de kruipruimte, onder de
plinten ed. De aanvoer van buitenlucht via een droge kruipruimte
vormt een energiebesparende basis voor een natuurlijk geventileerd
huis en leidt niet tot problemen in woningen met mechanische
afzuiging.
Goede vloerisolatie beslist geen overbodige luxe
Wanneer men een ruimte gelijkmatig wil verwarmen dan moet
men er voor zorgen dat deze ruimte aan de onderzijde niet
of nauwelijks afkoelt. Alleen dan kan er een gelijkmatig
binnenklimaat worden gehandhaafd waarbij men al bij een
relatief lage luchttemperatuur een comfortabel gevoel heeft.
Om dit te bereiken is het wenselijk dat bij woningen op
de begane grond de isolatiewaarde van de vloer duidelijk
beter is dan van de rest van de schil.
Is de afkoeling aan de onderkant relatief groot (geen of
slechte vloerisolatie) dan ontstaat er een sterke temperatuurgelaagdheid
in het vertrek waarbij het onder kouder is en bovenin warmer.
De lagere temperatuur onder in het vertrek is niet comfortabel
en heeft een hogere luchtvochtigheid die kan leiden tot
zichtbare en niet zichtbare vochtproblemen (meer huisstofmijten
in de vloerbedekking). Deze vochtproblemen worden ernstiger
wanneer de rest van de schil wel wordt geïsoleerd en
de vloer niet. Het vocht dat voordien condenseerde op het
enkel glas trekt voor een belangrijk deel naar de koude
zone onder in de woning. De kans op schimmelvorming neemt
toe evenals het aantal huisstofmijten in de vloerbedekking.
De lage vloertemperatuur veroorzaakt een gevoel van optrekkende
koude ook wel schijntocht genoemd. Om toch nog een enigszins
comfortabel gevoel te hebben, moet op thermostaathoogte
een hogere luchttemperatuur worden gehandhaafd. De overmatig
warme luchtlaag bovenin in het vertrek wordt hierdoor nog
warmer. Warmte die grotendeels onbenut verloren gaat door
ventilatie en transmissie via gevels.
Quote van een verwarmings-deskundige: "De gemiddelde
Zweed woont bij een binnentemperatuur van 19 graden al comfortabel
met warme voeten, terwijl de gemiddelde Nederlander bij
22 graden vaak nog koude voeten heeft".
Hoge energiebesparing met goede vloerisolatie
Het energiebesparend effect van vloerisolatie is niet zozeer
gelegen in het beperken van het warmteverlies door de vloer
maar vooral te danken aan het creëren van een gelijkmatig
binnenklimaat (met een lagere gemiddelde temperatuur) waardoor
minder warmte verloren gaat door muren, ramen en ventilatie.
Dit besparingseffect van goede vloerisolatie is vergelijkbaar
met het besparingseffect dat aan vloerverwarming wordt toegeschreven.
De hoge besparing wordt bevestigd door
analyses van praktijkprojecten waarbij als enige isolatiemaatregel
vloerisolatie is toegepast met Rd>3,80 m2K/W. De gemiddelde
besparing bedraagt dan 8,5 m3 gas per m2 per jaar. Deze
forse besparing is eenvoudig te verklaren. Naarmate de vloer
beter is geïsoleerd, wordt ze niet alleen warmer maar
ook sneller warm en houdt ze de warmte langer vast. Deze
dynamiek heeft een grote invloed op de vochtigheid bij de
vloer, het comfortgevoel en de energiebesparing. De extreme
temperatuursgelaagdheid wordt genivelleerd. Het gevoel van
optrekkende koude/schijntocht verdwijnt. De gemiddelde binnentemperatuur
daalt soms wel met enkele graden. Het is al langer bekend
dat de verlaging van de gemiddelde binnentemperatuur een
forse besparing op het totale verbruik oplevert (diverse
bronnen spreken over 7% besparing bij 1 graad verlaging
van de binnentemperatuur). Daarnaast wordt de dagelijkse
stooktijd en vooral de lengte van het stookseizoen steeds
korter. Door deze invloeden heeft goede vloerisolatie een
veel grotere invloed op het totale energieverbruik dan andere
isolaties.
* Nederland is wereldvermaard
als het gaat om woningen te beschermen tegen overstromingen,
maar het weren van vocht uit de bodem gebeurt hier op een
gebrekkige manier. Daarvoor stelt het Bouwbesluit bij nieuwe
woningen een eis aan de luchtdoorlatendheid van de vloer.
Deze eis is gekoppeld aan een van de middelen om het doel
te bereiken en niet aan het doel zelf. Dit is opmerkelijk
want het is in strijd met het uitgangspunt van het Bouwbesluit
dat stelt dat de eis moet zijn gekoppeld aan het doel dat
moet worden gehaald. Het doel is hier het weren van vocht
uit de bodem terwijl de eis wordt gesteld aan de luchtdoorlaatbaarheid
van de vloer. Opvallend is ook dat deze
eis niet gekoppeld is aan het meest doelmatige middel om
het doel te bereiken maar aan het minst effectieve èn
meest onbetrouwbare middel. Wanneer nieuwe woningen aan
deze eis voldoen dan wordt onder standaard condities per
dag per m2 vloer circa 17 gram water per dag doorgelaten.
Dit komt neer op een liter water per dag bij een vloer van
60 m2.
Uit onderzoek blijkt dat bij veel nieuwe
woningen deze eis bij lange na niet gehaald wordt waardoor
nog meer vocht per dag de woning binnenkomt. Bij bestaande
woningen wordt het onmogelijk geacht om de eis voor nieuwe
woningen te halen. Bij zeer veel woningen in Nederland komt
dus ondanks de maatregelen die de overheid voorstaat toch
nog veel lucht en daarmee vocht vanuit de kruipruimte de
woning binnen. De problemen worden ernstiger wanneer continu
lucht uit de woning wordt afgezogen, de gevel relatief dicht
is en het klapraampje of de ventilatieschuif gesloten is.
Dan wordt extra veel lucht uit de kruipruimte gezogen.
Is de kruipruimte droog dan is dit geen probleem, is
de kruipruimte vochtig dan is dit is onwenselijk
omdat daarmee ook onnodig veel extra vocht wordt aangezogen.
De aanzuiging van lucht uit de kruipruimte wordt beduidend
minder wanneer de lucht makkelijker rechtsreeks van buiten
kan komen, bijvoorbeeld door continu een klapraampje of
ventilatieschuit halfopen te laten staan, zoals wel wordt
geadviseerd. Doet men dit niet bij woningen met een vochtige
kruipruimte dan wordt veel te veel vocht uit de kruipruimtebodem
meegevoerd en spant men met de mechanische ventilatie het
paard achter de wagen.
|