|
1 april 2007
Lean planning project Rotterdam CS
De Meeuw Bouwsystemen heeft voor
de realisatie van het tijdelijk centraal station in
Rotterdam, de projectplanning volgens Lean principes
samengesteld. De Meeuw wordt daarbij begeleid door
ARPA Intrabouw. De eerste ervaringen
van De Meeuw met Lean Planning worden beschreven door
William Derksen van De Meeuw Bouwsystemen uit Oirschot.

De keuze van De Meeuw om middels het LEAN-concept
de organisatie in te richten en de werkwijzen daarop
af te stemmen, betekent voor de projectleiders onder
andere dat een planning van een project op een andere
wijze tot stand komt dan voorheen. Eerder was het
zo dat de projectleider een planning maakte op basis
van inschattingen van doorlooptijden van onderaannemers
en eigen mensen, waarna de betrokkenen zich hieraan
dienden te houden.
Binnen het LEAN-concept is de werkwijze
duidelijk anders. Hierbij werkt het zo dat alle betrokken
partijen in één bijeenkomst gezamenlijk
de planning van een project opstellen en accepteren.
Binnen De Meeuw is voor het project Prorail Rotterdam
(tijdelijk centraal station) als eerste op deze wijze
de projectplanning samengesteld. De Meeuw wordt daarbij
begeleid door ARPA Intrabouw, een bedrijf dat haar
sporen binnen het LEAN-proces inmiddels ruim verdiend
heeft.
De eerste gezamenlijke sessie bestond
uit 2 dagen, waarbij de eerste dag werd gebruikt om
alle aanwezigen (alle partners die bij het project
betrokken zijn) te informeren over het principe van
LEAN-projectmanagement. Tevens kon
men door het spelen van een "spel" ervaren
hoe een en ander in de praktijk werkt. De tweede dag
bestond uit de daadwerkelijke planningssessie.
Ter voorbereiding van de planningssessie hadden alle
betrokkenen van tevoren de stukken van het project
(tekeningen) toegestuurd gekregen zodat ze inzicht
hadden in datgene wat ze moesten produceren, welke
waarde ze moesten creëren. De tweede dag begon
iedereen wat onwennig en afwachtend,
maar na enkele motiverende en richtinggevende tips
van de begeleiders werd eenieder wel duidelijk hoe
de planning op deze wijze tot stand zou kunnen komen.
Er werden dan ook al snel groepjes gevormd van partijen
die op een of andere wijze direct of indirect met
elkaar te maken krijgen binnen het bouwproces. In
die groepjes werden afspraken gemaakt over de uitvoeringsmethoden,
vond afstemming plaats hoe werkgebieden voor elkaar
zouden moeten worden achtergelaten om het vervolg
zo efficiënt mogelijk te kunnen laten plaatsvinden,
etc. Ook werd hier en daar het ontwerp, in overleg
met de eveneens aanwezige opdrachtgever aangepast
om de uitvoering en het uiteindelijk resultaat te
verbeteren.
Tijdens deze gesprekken werd door alle partijen op
post-it briefjes genoteerd welke activiteiten zij
gedurende het project dienden uit te voeren. Elk post-it
briefje stond gelijk aan de dagproductie van
betreffende partner. Daarnaast werd op zogenaamde
overdrachtsformulieren (interfaces) vastgelegd welke
informatie op welk moment van welke partij beschikbaar
moest komen om tijdig de volgende bewerking uit te
kunnen voeren.
Deze overdrachtsformulieren werden tussen de vrager
en de leverancier van de gevraagde informatie afgestemd.
Toen zo goed als alle problemen / knelpunten besproken
waren, werd het tijd om de werkzaamheden daadwerkelijk
te gaan inplannen. Aan de wanden van de ruimte waren
grote vellen papier gehangen waarop de doorlooptijd
van het project in dagen was opgetekend. Eenieder
ging nu zijn eigen werkzaamheden op deze planning
inplannen. Als leidraad hiervoor golden enkele mijlpijlen
die door mij waren aangegeven. Deze mijlpalen betroffen
met name enkele in het bestek vastgestelde oplevermomenten.
Deze planning is in Excel vastgelegd
waarbij alle overdrachtsformulieren op de juiste positie
(in tijd gezien) gedigitaliseerd zijn ingevoegd. Hierdoor
is een digitale planning gecreëerd op basis waarvan
het proces bewaakt en bijgestuurd kan worden. In de
uitvoering zal dit wekelijks geschieden, waarbij telkens
wordt gekeken of de doelstellingen van de vorige week
gehaald zijn, en welke doelen er voor de komende week
liggen om gerealiseerd te worden.
Bij een dergelijke werkwijze is het van groot belang
dat voor iedereen duidelijk is welke waarde
gecreëerd moet worden. Bij dit betreffende project
was dat niet geheel duidelijk waardoor tijdens de
planningssessie diverse aannames gedaan moesten worden.
Hierdoor is de kans groot dat in de loop van het proces
de planning nog weer bijgesteld dient te worden.
Inmiddels zijn we daadwerkelijk met de uitvoering
gestart en zullen we wekelijks op basis van de planning
het proces bewaken en bijsturen.
Over het project zelf vermeldt De Meeuw op
de website:
De Meeuw Bouwsystemen heeft bij Prorail de order verworven
om het tijdelijk centraal station in Rotterdam te
realiseren. In niet meer dan 4 maanden tijd zal een
volwaardig nieuw station worden gebouwd, direct naast
het huidige. Het gebouw gaat zeker 4 jaar dienst doen
zodat ondertussen het huidige station afgebroken kan
worden en een permanent station gebouwd kan worden.
Op uiterlijk 1 februari dient de verhuizing van alle
winkels en de reizigersstroom naar het tijdelijk station
gereed zijn.
Jaarlijks 40 miljoen reizigers
Het station wordt weliswaar voor maar vier jaar gebouwd,
maar krijgt wel alle voorzieningen die passen bij
een centraal station waar jaarlijks 40 miljoen reizigers
gebruik van maken. Er komt een ticketservice, roltrappen
en winkels als Albert Heijn, Etos, Bruna en meer.
Het tijdelijk station, met een oppervlak van ruim
5200 m2 wordt gevormd door één hoofdgebouw
van 4 verdiepingen en drie kleinere gebouwen. Het
hoofdgebouw krijgt op de eerste verdieping aansluitingen
met de perrons. Het tijdelijke station dat De Meeuw
gaat bouwen in opdracht van de beheerder van het spoorwegennet
van de NS is uniek omdat nooit eerder in Nederland
een compleet station in modulebouw is uitgevoerd.
Het is niet alleen bouwkundig een lastige klus met
een schuine gevel, roltrappen e.d., vooral ook logistiek
zal het erg veel aandacht gaan vragen van de projectleiding.
Dat wordt veroorzaakt door de zeer beperkte ruimte
op locatie, de hectiek tussen alle verkeersstromen
aan de voorzijde van het station en feit dat er alleen
's nachts geplaatst en getransporteerd mag worden.
Bronnen: De Meeuw
en Arpa Intrabouw
BV
|