|
13 mei 2007
Economische groei bedreigt woningproductie
De huidige economische groei zorgt er voor dat bouwkosten
van nieuwe koopwoningen dit jaar harder stijgen
dan de verkoopprijzen. Gevolg hiervan is
dat ontwikkelaars en bouwondernemers te maken krijgen
met krimpende marges en hierdoor terughoudend zullen
zijn met het starten van nieuwe woningprojecten. Wanneer
grondeigenaren als boeren en gemeenten niet bereid
zijn de grondprijzen naar beneden bij te stellen zal
de toekomstige woningproductie flink dalen.
Dit concludeert NVB, Vereniging voor ontwikkelaars
& bouwondernemers in de recente Thermometer
Koopwoningen. Hieruit blijkt dat door de
economische groei de verkoopprijzen van nieuwe woningen
dit jaar met vier procent zullen stijgen. Voor een
gemiddelde nieuwbouw woning zal in dat geval 286.000
euro betaald moeten worden. Ongeveer 10.000 euro meer
dan in 2006.
Belangrijk hierbij is overigens wat de hypotheekrente
de komende tijd gaat doen. Bij een daling van de rente
naar 3,5 procent kan de prijsstijging aanzienlijk
hoger uitpakken. Maar stijgt de hypotheekrente naar
6 procent of hoger, is de verwachting dat er sprake
zal zijn van een stabiele of mogelijk zelfs dalende
prijsontwikkeling.
Tegelijkertijd zorgt de economische groei
ervoor dat het bouwen van woningen fors duurder
wordt. De verwachting is dat de bouwkosten dit jaar
met 8 tot 9 procent gaan stijgen. Dit wordt onder
andere veroorzaakt door de toenemende loonkosten,
het duurder worden van grondstoffen en het feit dat
woningbouwprojecten qua schaal kleiner worden waardoor
de kosten per woning hoger worden. Daarnaast doet
ook de verscherpte bouwregelgeving neergelegd in de
GIW/ISSO-eisen een flinke duit in het zakje. NVB verwacht
dat door al deze factoren de kostprijs van de
gemiddelde nieuwbouwwoning dit jaar met zo’n
17.000 euro zal stijgen. Dus aanzienlijk
meer dan de verwachte stijging van de marktwaarde
van deze woningen met 10.000 euro.
Gevolg hiervan is dat ontwikkelaars en bouwondernemers
door deze krimpende marges noodgedwongen een pas op
de plaats zullen moeten maken bij het starten van
nieuwe woningprojecten. En dit betekent dat de woningproductie
over niet al te lange tijd weer gaat dalen. Alleen
als grondeigenaren zoals gemeenten de zogenoemde residuele
grondwaardebepalingen hanteren en dus hun grondprijzen
neerwaarts aanpassen, kan dit tij worden gekeerd.
Bij de residuele grondwaardebepaling is de grondprijs
immers het verschil tussen de marktwaarde van een
woning en de totale bouwkosten. De grondprijs wordt
dan dus lager op het moment dat de bouwkosten sneller
stijgen dan de marktwaarde. Dit betekent tegelijkertijd
dat de grondeigenaren genoegen moeten nemen met een
lagere grondopbrengst. Overigens is de grondprijs
in de afgelopen jaren explosief gestegen, namelijk
per woning van 23.000 euro in 1997 naar 76.000 euro
in 2006.
Uit de Thermometer Koopwoningen
blijkt verder dat 2006 (nog) een uitstekend jaar is
geweest voor ontwikkelaars en bouwondernemers. Met
44.000 transacties bereikte het aantal verkochte nieuwe
woningen zelfs het hoogste niveau in de afgelopen
zeven jaar.
bron: NVB
|