|
1 september 2007
Rotterdam gaat windhinder te lijf
De gemeente Rotterdam wil wind- en schaduwhinder bij hoge gebouwen tegengaan door criteria vast te leggen in het hoogbouwbeleid. Als hieraan strikt de hand wordt gehouden, kan de weerzin die bestaat tegen hoogbouw afnemen.
“Niemand is perse tegen hoogbouw”, zegt stedenbouwkundige Emiel Arends van de gemeente. “Maar als je in de buurt 50 procent van je bezonning kwijtraakt of er door de wind niet meer langs kunt fietsen, zullen mensen erover vallen. Zulke nadelige effecten moet je voorkomen.”
Het reeds ontwikkelde hoogbouwbeleid verschaft alleen duidelijkheid over de gebouwhoogte maar zegt niets over andere aspecten, die altijd (verplicht) onderwerp waren van verder specifiek onderzoek per object. Daarbij ging het dan om de effecten van een afzonderlijk gebouw.
In de toekomst zal een heel stedenbouwkundig plan op vergelijkbare wijze onder de loep worden genomen. Op die manier wordt de invloed die gebouwen in een gebied op elkaar hebben, beter meegewogen. “We weten inmiddels goed wat hoogbouw doet en kunnen eisen op basis daarvan dus ook gelijk vastleggen in het beleid.”
Toegepast
Dat nieuwe beleid is nog in ontwikkeling maar de inzichten worden deels al toegepast op de Kop van Zuid en in het Stationskwartier dat wordt ontwikkeld bij het Centraal Station, aldus Arends; twee belangrijke hoogbouwlocaties.
Om een beeld te krijgen van de effecten van een hoog gebouw op het toekomstige verblijfsklimaat moet het ontwerp onder meer een windtunneltest ondergaan. Bij de nieuwe aanpak gaat ook een model van het complete stedenbouwkundige plan de windtunnel in.
Het nieuwe beleid vloeit voort uit de ervaringen met enkele decennia hoogbouw in de stad. Naast de kennis van ongewenste wind- en schaduweffecten, zijn inzichten gegroeid voor het realiseren van een beter aangezicht vanaf de straat. Voor een sfeervolle omgeving moeten de onderste verdiepingen een naar buiten gericht karakter hebben.
Een gebleken ongewenst effect is verder dat in de gedeelten van de stad waar (super)hoogbouw mag plaatsvinden, de grondprijzen omhoog kunnen schieten. Omdat elke verkoper zijn perceel potentieel voor de hoofdprijs kan verkopen, wordt een samenhangende gebiedsontwikkeling een lastige klus. “Het beleid moet met regels hiervoor worden uitgebreid, bijvoorbeeld door een maximum hoogte in te stellen.”
Verblijfsgebied
Voor het Stationskwartier gelden harde eisen, omdat het zich moet ontwikkelen van het doorgangsgebied voor treinreizigers dat het nu is, naar een belangrijk verblijfsgebied. Om alle activiteiten die daarbij horen te kunnen huisvesten, zal flink de hoogte in moeten worden gegaan. De nadelige effecten van die bouwwijze op het verblijfsklimaat mogen zich niet voordoen in de gedeelten van het gebied waar het publiek zich op straat bevindt, verklaart Arends de opgave.
bron: Cobouw
|